Het A-BC van Isabelle

WAT VOORAFGING

Isabelle A : ‘TV Tam Tam’ is belangrijk geweest in mijn leven : een kinderprogramma van de openbare omroep waarin ik gezongen en ook geacteerd heb. Ik was dertien. Het was mijn officiële debuut, al wist ik dààrvoor ook al dat zingen mijn ding was. Meer nog : professionele zangeres worden was van jongsaf mijn absolute droom. Nauwelijks twee jaar later wàs ik ineens zangeres - een zangeres met een grote hit dan nog wel, tijdens de hoogdagen van ‘Tien om te zien’ : ‘Hé Lekker Beest’. Het publiek blijft om dat liedje vragen. Ik zing het nog wel, maar dan in een andere versie dan die van 1990 : meer poppy. Ik ben me ervan bewust dat ik waarschijnlijk levenslang met ‘Hé lekker beest’ geassocieerd zal worden, maar daar zit ik niet mee – ik vind het geen beschamend liedje - ook al is het achteraf bekeken op z’n minst een beetje raar dat een kind van nauwelijks vijftien over ‘lekker beest’ staat te zingen. Maar goed : in 1990 dacht ik dat ik het over mijn speelgoedbeer had. Doordat ik toen een kind was, en onschuldig, was ik ook een marionet : ik was in handen van mensen die alles in mijn plaats beslisten. Dat is, nu ik drieëndertig ben, definitief voorbij : ik sta meer dan ooit aan het roer. »

DE MACHT DER GEWOONTE

Ik heb altijd het meest van pop en rock gehouden, en ‘De macht der gewoonte’ is dan ook een poprock-cd geworden. Die cd is eigenlijk een uitloper van de 0110-concerten in 2006. Ik heb toen samen met Gorki opgetreden, en dat was voor mij een gelegenheid om nog andere artiesten aan te spreken. ‘t Was tien jaar geleden dat ik nog een album had uitgebracht, en ik was dringend aan iets nieuws toe. Ik heb toen aan Luc De Vos en aan Sioen gevraagd om een nummer voor mij te schrijven, en bijna tot mijn verbazing waren die meteen enthousiast. Ik wou ook dat Alex Callier mijn cd zou producen, en ook dat is gelukt. Ik bewonder al jaren zijn werk met Hooverphonic – ook het retrokantje van die sound. Ik wou mijn nieuwe cd vooral in één stijl krijgen, en hij was de ideale producer om me daarbij te helpen. Ik wilde ook een sound die me aan het werk van Gainsbourg voor Jane Birkin zou doen denken, en intuïtief voelde ik aan dat Alex ook daar de geschikte man voor was.

Hij is een absolute perfectionist – hij bereidt alles tot in de puntjes voor. Ik ben ook perfectionistisch, zeker wat zingen betreft : als ik ook maar een klein beetje onder of boven de toon zing, wil ik die zangpartij meteen helemaal overdoen, ook al weet ik dat bijna niemand dat minuscule foutje heeft gehoord. Maar Alex heeft me geleerd om minder maniakaal met de technische kant van het zingen bezig te zijn, en me meer door de sfeer en het gevoel van een nummer te laten leiden. En vooral : daar vertrouwen in te hebben. Dat was nieuw voor mij. Nu weet ik dat Alex gelijk had toen hij mij voorhield dat elke popsong om sfeer en gevoel draait, en dat zangtechniek dan ook niet het allerbelangrijkste is. »

DE SONGS

Isabelle A: ‘De macht der gewoonte’ opent met ‘Karavaan’, een nummer van Alex Carlier. Hij liet het me horen, en ik vond het zó mooi dat ik het vrijwel onmiddellijk heb ingezongen. Zonder moeite: het lag me meteen. Het gaat over iemand die al het leed van de wereld op de schouders neemt. De tekst is niet altijd even vrolijk, maar vreemd genoeg word ik altijd blij als ik dat nummer zing. ’t Is een typische Alex Carlier-song, die hij evengoed voor Heike Arnaert had kunnen schrijven. Wat volgens mij op kwaliteit wijst.

Ook ‘Diagonaal’ is van Alex Carlier: een nummer over een relatie waarin de partners elkaar tegelijk aantrekken en afstoten – ’t gaat niet over míjn leven, moet ik eraan toevoegen. Mensen die elkaars tegenpool zijn, vaak diagonaal tegenover elkaar staan, en toch het gevoel hebben dat ze samen de wereld aankunnen. Niet zonder elkaar kunnen leven, maar ook niet mèt elkaar. ’t Is een up-temponummer, met alweer sfeerrijke Alex Carlier-klanken erin. ‘Laconiek’, ook een nummer van Alex Carlier, is verwant aan ‘Diagonaal’ : ook aantrekken en afstoten, met een donker kantje eraan. Zoals Gainsbourg voor Jane Birkin schreef. »

Ik ben heel trots dat An Pierlé en Koen Gisen ‘Hou je nog van mij?’ voor me hebben geschreven: een prachtige ballad die ik meteen goed aanvoelde. Niet dat ik verdrietig ben van nature, maar in mijn stem zit toch een bepaalde melancholie, en die kleur kan ik in die song heel goed gebruiken. ’t Is een zweverig, chansonachtig nummer, waarvan de tekst duidelijk is: een vrouw die zich afvraagt of haar relatie nog goed zit. Dat komt vaker voor, denk ik. Maar ’t is ook een sterke vrouw, die bereid is om de relatie te verbreken zodra ze merkt dat de liefde niet meer is wat ze ooit geweest is. Geen vrouw dus die blijft aanmodderen, en denkt: ‘Ik moet de boel koste wat het kost zien te redden.’ Geen vrouw die bang is om de knoop door te hakken.’   

‘Onder de sprei’, de eerste single, heb ik van Luc De Vos gekregen. Er zit een vreemde zin in dat nummer: ‘Mijn liefde is blind en dat is goed in jouw geval’ ’t Is bijna een belediging, maar op een of andere manier vind ik het toch vertederend. En ik word er vooral vrolijk van, misschien wel omdat ik er Luc zo goed in herken – ik zie het zó voor me: Luc die aan de rand van een bed staat, en zegt: ‘Schuif eens op / Ik wil erbij/ In jouw bed/ Onder de sprei.’ Een grappig beeld. En voor mij dan ook een grappig liedje.’

‘Het heeft geen nut’ is van Stijn Meuris en Bart Delacourt, de bassist van Monza. Wellicht de hardste tekst van de cd – een song waarvan ik me eerst afvroeg of we ‘m wel in de cd zouden kunnen inpassen, omdat hij zo op en top van Stijn is. Maar ik vind het zó mooi, vooral door het arrangement: die blazers die er een stemmig soort begrafenismuziek in spelen. ’t Is geen happy nummer, maar toch vind ik het nu onmisbaar in het geheel van de cd. Tussen mijn twintigste en mijn dertigste heb ik veel meegemaakt – het waren soms moeilijke tijden – en daardoor begrijp ik dat nummer wel. De vraag naar het nut van allerlei narigheid is mij niet onbekend. Die song past bij een bepaalde fase van mijn leven, en daardoor kan ik me er gemakkelijk in inleven. Die fase is gelukkig voorbij, maar ik herinner ze mij nog goed.’

Sioen heeft me ‘De macht der gewoonte’ op het lijf geschreven – hij heeft mijn portret gemaakt - en daarom is het ook de titelsong van de cd. Mijn naam komt zelfs in de tekst voor, wat ik eerst een beetje gênant vond, maar later begreep ik dat het bijna niet anders kon. Ik heb met Sioen over mezelf gepraat, over mijn dagelijkse gewoontes en voorkeuren, en daar heeft hij dan over geschreven. ‘De macht der gewoonte/ Ik heb ze veel te lief’: ik grijp altijd, altíjd naar dezelfde dingen terug, en meer nog: dat wíl ik ook. Elke dag vraag ik me ’s ochtends af wat ik ga aantrekken – mijn zwarte jurkje misschien? – maar even later trek ik alweer mijn doordeweekse jeans aan. ’t Is een bijzonder nummer, ook door de zeer strakke, bijna hoekige begeleiding. De kunst was: daar melodieus tegenin te zingen, en je dus juist niét te laten meeslepen door de hoekigheid van de muziek.’

Voor het eerst in mijn leven heb ik zelf een aantal liedjesteksten geschreven:  die van ‘Straatlied’ bijvoorbeeld, waarvoor Alex Carlier de muziek heeft geschreven: een countryachtig geluid, met een slide-gitaar erin. Dat nummer is ontstaan nadat ik in ‘Het leven zoals het is: de Marollen’ een dakloze had gezien, die ooit directeur van een platenfirma was geweest. Dat greep me erg aan – misschien ook wel omdat die man ooit iets met de muziekbusiness te maken had - en daarom heb ik een liedje geschreven waarin ik me afvraag hoe het zover kon komen. Ik weet het niet. In Brussel ben ik die man eens tegengekomen, ’t is te zeggen: ik heb hem op een afstandje gadegeslagen, want ik durfde hem niet aan te spreken. Dat lied gaat wellicht ook een beetje over mijn eigen angst voor een totale terugval. Maar nog het meest gaat het over die dakloze man in Brussel. Nu ja, daklozen ontroeren mij sowieso.’

De tekst van ‘Zonder het te weten’ is ook van mij. Toen ik ‘m geschreven had, stelde ik me er meteen de stem van Luc De Vos bij voor, en hij heeft er dan ook muziek bij gemaakt. En Tom Pintens heeft het juiste sfeertje in die song gebracht. Ik zing erin dat ik liever kies voor de moeilijke kronkelweg, dan voor het rechte pad, de simpelste weg van A naar B. Omdat het rechte pad niet altijd beter is – je houdt er minder levenservaring aan over, zal ik maar zeggen. En dat nummer heeft ook iets te maken met mijn geloof in religieuze zin: het soort vertrouwen dat mij doet denken: ‘Het pad gaat niet over rozen, maar uiteindelijk komt alles wel goed.’ ’t Klinkt misschien zwaar, maar ik heb me al afgevraagd: ‘Hoe is het mogelijk dat ik niet aan lagerwal ben geraakt?’ Iets heeft me daar altijd voor behoed. Ik noem het God.

‘Je bent niet alleen’ heb ik samen met Gert Bettens geschreven, en Gert heeft er de muziek bij gecomponeerd. Een gitaarnummer, en eigenlijk ook een mooi kampvuurliedje, een kinderliedje zelfs. De stem en de muziek passen heel goed bij elkaar - ik zing het bijna fluisterend, en de harmonie is optimaal. ’t Gaat alweer over het moeilijk hebben, en niet altijd klaarheid zien in de ontelbare mogelijkheden van het leven, en de troostende woorden die je in zulke omstandigheden wil horen: dat je niet alleen bent. Een triestig liedje misschien, maar ik hoop dat de schoonheid ervan het op de tristesse haalt. Ik heb natuurlijk ook aan Sarah Bettens, het zusje van Gert, gevraagd om een song voor mij te schrijven: ik hou van beide helften van K’s Choice. Dat is dan ‘Het is voorbij’ geworden, een afscheidslied, the end of an affair, een klassiek onderwerp. Eerst wilden we dit nummer zo simpel mogelijk houden: stem en akoestische gitaar, maar uiteindelijk hebben we het toch maar wat meer aangekleed. ’t Is een wondermooi nummer, en er zit, net als in ‘Hou je nog van mij?’ van An Pierlé, een ander soort sentiment is dan ik bij de teksten van mannen ervaar, hoewel die natuurlijk ook gevoelig zijn. Misschien zijn die teksten van vrouwen – hoe zal ik het zeggen ? – op een openlijker manier gevoeliger dan die van mannen. Iets als: ‘Ik was hopeloos verloren/ en nog altijd niet genezen’ kan naar mijn aanvoelen alleen maar door een vrouw geschreven zijn. ‘Echt iets voor een vrouw,’ denk ik dan.’
    
En tenslotte: Mauro Pawlowski! Ik had mijn stoute schoenen aangetrokken, en ben op Humo’s Poppoll naar hem toe gestapt: ‘Zou je een nummer voor mij willen schrijven?’ – ‘Natuurlijk,’ zei hij onmiddellijk; hij hapte meteen toe, iets te snel, vond ik, zodat ik hem niet geloofde. Tot hij me later ‘Komen en gaan’ opstuurde, een prachtig liedje, bijna een gospel. We hebben er iets Norah Jones-achtigs van gemaakt, met een oud klinkende piano erin - iets nachtelijks dat niet in rokerige bars zou misstaan. Die song zegt: ‘Zit niet op de liefde te wachten, ze komt wel, maar evengoed gaat ze ook weer weg.’ Ik kan me daar wel in vinden, al denk ik de laatste jaren dat je ook je best moet doen om een relatie overeind te houden – ik zie al die koppels maar uit elkaar gaan alsof het niets is, alsof de leef-er-maar-op-los-mentaliteit een oplossing is. Ik vind dat je niet te snel moet opgeven. Ik geef in ieder geval niet op.’    

RELEASE     ‘’DE MACHT DER GEWOONTE’’ via PIAS - 30.05.2008

MANAGEMENT    Lipstick Notes, Noelle Vanhelsuwé – 0495 226 753

PROMO         This e-mail address is being protected from spambots, you need JavaScript enabled to view it – 0479 97 1330